Tipping Points – Dansen op de Golven

Komend weekend komen gepassioneerde wereldburgers bij elkaar op Terschelling, om op het Springtijfestival samen te werken aan een duurzame samenleving. Het thema is Tipping Points;  het verkennen van punten waarop een beweging van richting verandert. Wat is nodig voor verandering? Voor de transitie naar een duurzame samenleving beschouwt Jan Rotmans, hoogleraar transitiemanagement, de combinatie van microniveau en macroniveau als essentieel. Een ‘pas de deux’, een dans met een vrije beweging. Of zoals het in de Preambule van het Earth Charter wordt verwoord: “Wij zijn gelijktijdig burgers van verschillende naties en van één wereld waarin het locale en mondiale met elkaar zijn verbonden. Iedereen deelt de verantwoordelijkheid voor het huidige en toekomstige welzijn van de menselijke familie en de grotere levende wereld .”

Het veroorzaken van Tipping Points vereist leiderschap, op micro- en macroniveau. Ik zie al veel voorbeelden van dit soort leiderschap die navolging verdienen, zoals op het gebied van energie en landbouw.

Allereerst energie: wereldwijd overstijgen de investeringen in duurzame energie die van fossiele energie sinds 2011. Dit is een gevolg van politiek leiderschap (zoals van de Duitse politicus Hermann Scheer) om deze vorm van energie financieel te ondersteunen. Kolen- en nucleaire centrales worden inmiddels gesloten of stilgezet, beslissingen die ruimte maken voor duurzame energie. De investeringskosten van wind op land zijn inmiddels vergelijkbaar met moderne gasgestookte centrales. En de aanschafprijs van zonnepanelen is 90% gedaald ten opzichte van 10 jaar geleden. Op het moment dat opslag (een tipping point waar hard aan wordt gewerkt) mogelijk is en duurzame energie ‘on demand’ beschikbaar is, zal de transitie substantieel worden. Deze ontwikkelingen op macroniveau worden ondersteund op microniveau die ik om mij heen zie. De wind en zoncoöperaties zoals de Windcentrale en de Eigen Wijkse Energie Coöperatie schieten als paddenstoelen uit de grond en gistermiddag kreeg ik een uitnodiging om mee te denken over de oprichting van een inkoopcoöperatie voor zonnepanelen in Amsterdam-Noord via duurzaam consumentenplatform Nudge. Koning Willem-Alexander heeft gelijk als hij zegt dat onze samenleving omschakelt naar een participatiemaatschappij; het is veel leuker en interessant om zelf mee te doen en het opwekken van je eigen energie gezamenlijk op te pakken.

Dat geldt ook voor de landbouw: de grootste invloed die we op een duurzame landbouw hebben is via ons consumptiegedrag. Gelukkig verandert ons handelingsperspectief, bijvoorbeeld in de dagelijkse boodschappen. Zo heeft de familie IJzendoorn leiderschap getoond door de online Hofwebwinkel op te zetten waar je 100% biologisch kunt bestellen. Het toenemende aantal stops bij ons in Amsterdam Noord is een indicatie dat het klantenbestand snel groeit. Maar biologisch voedsel is enkel te betalen voor de hogere inkomens en de schaalgrootte is nog niet voldoende om op wereldniveau verschil te maken. Deze schaalgrootte zie je wel terug bij leiderschap van voedingsproducenten Unilever en Nestlé. Paul Polman van Unilever laat zien dat het mogelijk is om economische waarde te creëren met maatschappelijke oplossingen in de land- en bosbouw (o.a. thee, palmolie). Hij zich realiseert dat de consumenten niet langer enkel méér willen consumeren, maar behoefte hebben aan producten die zij als gewenst beschouwen. Producten waar de reflectie van de omgeving in is verwerkt. Een goed voorbeeld van reflectie is Peter Brabeck, voorzitter van Nestlé, die geluisterd heeft naar kritiek van buiten en zich nu inzet voor een duurzame huishouding van ons watergebruik. Uiteraard met het doel om Nestlé nog 140 jaar te laten bestaan, maar die zijn uitwerking niet mist omdat Nestlé in samenwerking met andere bedrijven, overheden, maatschappelijke organisaties en burgers naar oplossingen zoekt. Een kantelpunt in het denken van twee multinationals die 485.000 medewerkers in beweging zetten en gezamenlijk miljarden klanten hebben. Door ons consumptiegedrag kunnen we op micro- en macroniveau de benodigde innovatie stimuleren.

De onderneming die ik een aantal jaren geleden heb gestart, Double Dividend, belegt kapitaal van klanten in ondernemingen die economische waarde creëren met maatschappelijke oplossingen. Beleggers zoals particulieren, stichtingen, pensioenfondsen en verzekeraars kunnen bijdragen door deze ondernemingen te belonen voor hun inspanningen. Nestlé en Unilever zijn daar voorbeelden van, en beleggingen in duurzame energieparken in Europa, micro-ondernemers of fair trade coöperaties in ontwikkelingslanden. Ondernemingen die leiderschap tonen. Waarvan het management ‘om’ is, die zelf de noodzaak voor verandering hebben gezien en er naar hebben gehandeld.

U en ik kunnen deel uitmaken van deze opkomende golven in duurzame landbouw en energie. Door leiderschap te tonen, zelf initiatieven te starten en te stimuleren. We kunnen samen een golf in beweging brengen als consument, particuliere belegger of pensioendeelnemer en daarmee micro- en macrobewegingen stimuleren en ondersteunen. Een pas de deux, waarin het heerlijk vrij bewegen is en eigen keuzes gemaakt worden waar we van blijven groeien. Bewust van je eigen beweging en de plek die je inneemt in het universum. Geniet ervan.

Abonneer
Laat het weten als er
1 Commentaar
Oudste
Nieuwste Meest gestemd
Inline feedbacks
Bekijk alle reacties

Een duurzame samenleving kun je niet van de ene op de andere dag creëren.

Toch kunnen wij iedere dag weer opnieuw verstandige en duurzame keuzes maken en
UITVOEREN!

In de jaren tachtig kreeg ik de opmerking op mijn gedrag, omdat ik geen auto
meer wilde hebben en in plaats daarvan met de fiets en openbaar vervoer of door
meerijden duurzamer ben gaan leven. De opmerking was: Jij kunt met jouw gedrag
de grotere mondiale milieuproblemen niet oplossen. Ik gaf aan: alles wat ik
bijdraag in positieve zin is winst. Die keuze kun jij ook maken. Iedere dag
weer opnieuw.

Iedereen kan binnen zijn/haar mogelijkheden bijdragen/meewerken aan een
duurzamere samenleving.

Als individu kun je een aantal dingen doen, maar met een groep is meer mogelijk
door slimmer en effectiever te werk gaan met de aanwezige kennis binnen de
groep en beschikbare middelen.

Op diverse locaties zijn diverse duurzame projecten. Op zich goed en nuttig.
Toch zou het nog beter en slimmer kunnen, door bijvoorbeeld te kijken naar
alles wat er wordt gebouwd in Nederland.

Indien wij inventariseren wat de mogelijkheden zijn om duurzaam te bouwen,
kunnen wij in samenwerking met de verschillende kenniscentra (Technische
Universiteiten, bedrijfsleven, TNO, etc.) een slim format ontwikkelen voor
alles wat er gebouwd gaat worden. Wij kunnen bekijken wat de slimste indeling
van een gebouw is voor de functie die het gaat krijgen, maar ook dat de
indeling eenvoudig kan worden aangepast indien een gebouw een andere functie
krijgt. Verliest een gebouw bestaansrecht, dan is het gewenst dat alle duurzame
materialen duurzaam kunnen worden hergebruikt.

Aangezien het leven aan veranderingen onderhevig is en men uitvindingen
blijft doen en producten duurzamer en/of een hoger rendement kunnen gaan leveren
(bijvoorbeeld zonnepanelen) is het nuttig om het format blijvend te laten
innoveren, zodat vraag en aanbod goed op elkaar afgestemd blijven. Dus een
duurzame samenwerking tussen de verschillende kenniscentra, uitvoerende en
faciliterende partijen is van wezenlijk belang.

Kijk daarbij ook naar de transitie waarin wij verkeren ten aanzien van hoe
mensen zijn gaan leven en werken met al de veranderingen, zoals bijvoorbeeld
het effect van de mogelijkheden van internet. Heel praktisch voorbeeld: men hoeft
in principe geen fysiek boek meer te kopen, indien het als E-book beschikbaar
is en men die ruimte voor een persoonlijke boekenverzameling niet meer nodig
heeft.

Een ander gegeven is, dat meer mensen zijn alleen gaan wonen en mensen ouder
(kunnen) worden (vergrijzing).

Er zijn nog meer veranderingen gaande. Van sommige veranderingen merken wij
nu nog weinig, van andere veranderingen merken wij nu al meer.

Ook waar gaat er gebouwd worden? Waarom op welke locatie met welk doel?

Blijven wij bouwen op locaties die minder veilig zijn?

Langs drukke wegen? Gevaar van fijnstof. Op langere termijn kunnen auto’s
veel minder/geen fijnstof (ter plaatse) afgeven.

Gaan wij nog bouwen in Noordoost Groningen? Alleen nog veilige woningen die
aardbevingproof zijn, indien is vastgesteld dat de bodem niet te onveilig is en
de dijken de veiligheid in het gebied duurzaam kunnen garanderen.

Gaan wij veiliger bouwen in gebieden beneden NAP?

Een bekend gegeven is dat gebieden onder NAP onderhevig zijn aan inklinking/permanente bodemdaling.

Mij lijkt het nuttig dat systeem te doorbreken door simpel gebruik te maken
van het systeem in de natuur van successie te benutten en slimmer met het water
(veengrond) om te gaan. Bedenk samen een nieuw Deltaplan.

Kan de Betuwelijn een andere nuttigere functie krijgen? Is een aparte
snelweg voor duurzame vrachtauto’s een duurzamere optie?

Er is veel kapitaal en arbeid verkwist. Het kan en zou beter, nuttiger en op een
duurzame verantwoorde wijze ingezet kunnen worden.

Wij kunnen om een besluit vragen of een deel van de aardgasbaten gebruikt
gaan worden voor het aanleggen van duurzame energieprojecten, zodat je met geld
weer geld maakt op een duurzame wijze?