“De mensheid is onderdeel van een enorm, zich ontwikkelend universum. De Aarde, ons thuis, leeft en omvat een unieke levensgemeenschap. De natuurkrachten maken het bestaan tot een veeleisend en onzeker avontuur, maar de Aarde heeft de omstandigheden geboden die essentieel zijn voor de evolutie van het leven. De veerkracht van de levensgemeenschap en het welzijn van de mensheid zijn afhankelijk van het instandhouden van een gezonde biosfeer met al haar ecologische systemen, een rijke verscheidenheid aan planten en dieren, vruchtbare grond, onvervuild water en schone lucht. Het mondiale milieu met zijn eindige hulpbronnen is een gemeenschappelijke zorg van alle volkeren. De bescherming van de levenskracht, verscheidenheid en schoonheid van de Aarde is een heilige plicht.” (Uit: Earth Charter Preambule)

Dit gedachtegoed van Earth Charter is het enige gedachtegoed dat aan mijn poëzie ten grondslag ligt. Als dichter wil ik uitdrukking geven aan de onlosmakelijke verbondenheid van alles dat leeft, vooral de stem zijn van de levenskracht. Ik wil doordringen tot de ziel van het land waar ik geboren ben en dat verbinden met andere plekken. In mijn poëzie moeten vooral het leven dat moeite heeft voor zichzelf op te komen en de elementen aan het woord komen. Uit mijn verzen moet ook de noodzaak blijken van de zorg die het Earth Charter uitspreekt. Om die reden wil ik mij als dichter graag bij Earth Charter aansluiten.

Als jongen kon ik aan alle zijden van mijn geboortedorp Akkrum de weilanden in lopen en omgeven zijn door weidevogels. Nu binnen een enkele generatie, zo’n 40 jaar later is er nog één plek nabij het dorp waar weidevogels zijn, op het kruidenrijke land van enkele biologische en biologisch-dynamische boeren die met alles wat ze in zich hebben proberen de weidevogels te behouden. Een kwetsbare oase in een verder industriële woestenij, die ook nog eens ieder jaar verder inklinkt enkel om de verwoestende landbouw te dienen, met alle gevolgen voor de gezondheid, de biodiversiteit en de kwaliteit van mijn leven van dien. Alle overige zijden van het dorp zijn verlaten en in het voorjaar doodstil.

Ik geloof er sterk in dat alles met elkaar verbonden is, opgebouwd uit dezelfde materie. Dat de verlatenheid van de wereld om ons heen ons diep verontrust. Daarom raak ik graag alles aan, ruik de bloemen, voel de bladeren en kan het niet laten mijn hand even op de stam van een boom te leggen. De mens en alles om haar heen zijn steeds meer van elkaar vervreemd. We doen alsof de mens zelf niet de natuur is. Dat kwelt mij, daar gaat mijn poëzie over. Mijn schrijven is een noodzaak om te overleven. Daar gaan ook mijn (internationale) projecten en samenwerkingen over die ik de afgelopen jaren heb opgezet. Daarover meer op mijn facebook pagina of op https://romkekleefstra.blogspot.com/

Ik wil met mijn schrijven mensen bereiken en er een beetje bewustwording mee veroorzaken. Ik weet dat ik daarmee in een lineage optreed die van alle tijden is, maar met mijn wijze van voordracht en de inhoud van mijn werk wil ik heel graag weer iets van de verwondering voor het leven om ons heen terug brengen, die we zo veel verloren zijn. De verwondering die we als kind hadden als ’s ochtends plots de wereld zich onder een laagje sneeuw verborg of als in volle storm de ganzen ’s nachts, terwijl je veilig in bed lag, over het dorp vlogen op weg naar hun slaapplek.

Naast mijn werk als dichter bestaat mijn dagelijkse betaalde werk uit het adviseren en ondersteunen van hoofdzakelijk gemeenten op het gebied van de fysieke leefomgeving bij het opstellen van visies en plannen. Vrijwel heel mijn werkzame loopbaan heb ik daarbij ook gewerkt voor de Waddeneilanden. De laatste jaren vooral voor de gemeente Vlieland. In mijn dagelijkse werk is het gedachtegoed van Earth Charter eveneens nauw met alles verbonden.